Ik dacht veel te weten maar bleek heel weinig te weten.

Het moment van afscheid nemen kwam steeds dichterbij en daarmee ook het besef dat ik hun moeder weer niet zou zien. Was het enkel om ons te beschermen of was het iets wat ze niet aankon?

Beide kon ik enkel waarderen en respecteren maar ondanks dat was het iets wat niet goed voelde. Voor mijn gevoel moest ik haar zien, moest ik haar in de ogen kijken en was er nog iets om te zeggen.

Weer terug naar huis.

De laatste dagen waren gevuld met formaliteiten als de laatste dingen regelen op het kantoor van het adoptiebureau maar ook met foto's maken met de biologische familie.

Het was hun wens om de foto te maken voor op het aankomstkaartje. Hun manier om te laten zien dat ze er voor de volle 100% achterstonden dat hij bij ons zou opgroeien. Al was het niet rechtstreeks, zo zouden zij mede aankondigen dat hij bij ons ging horen of zoals hun het zeggen "Zo weet iedereen dat hij bij jullie hoort".

De tekst op het kaartje werd dan ook 'Sometimes the universe seems to know when people belong together'.

De woorden die hun overgrootoma zei tijdens het maken van de foto's.

Dat zij en haar man kwamen was een totale verrassing. Het ging niet goed met opa en de emoties die hierbij zouden komen kijken zouden teveel voor hem zijn. Iedereen begreep het en ondanks dat iedereen het jammer vond, vond iedereen het een goed besluit. 

Iedereen was bezig met de foto toen er een auto aan kwam rijden. Iedereen keek even vluchtig over zijn schouder om te zien wie er aan kwam, het bleek de auto te zijn van hun neef. Dezelfde neef die hun buikmoeder had bevrijd deed nu het portier van de auto open, stak zijn arm naar binnen en tilde zijn overgrootopa uit de auto. Overgrootoma stapten vervolgens ook uit.

'Het leek hem toch belangrijker om hier te zijn, dus zijn we hier. Hij wil een foto met de kinderen samen voor als het einde er is'.

De foto werd gemaakt en is een van mijn meest dierbare foto's . Toen wij een paar jaar later in Spanje op vakantie waren kregen we het bericht dat hun overgrootopa was gestorven. Bij het afscheid zijn was geen optie maar we werden met iedere stap meegenomen. Een begrafenis bleek heel anders te gaan als dat wij dat gewend zijn. Hun bidkring had ervoor gezorgd dat er een groot scherm was waarop de foto van overgrootopa met River en Jeremiah te zien was, zo waren ze er toch bij. Precies zoals hij toen al had gezegd. Het bleek zijn laatste wens te zijn geweest. 

Daarna vertrok alle mensen naar het park waar iedereen eten en drinken uit de auto haalden en gezamenlijk at en dronk, het leven vierden terwijl er herinneringen werden opgehaald aan een bijzondere man.

 

Ik was en ben enorm blij met de foto's die toen gemaakt zijn en zeker met de foto's van hun en hun overgrootopa en overgrootoma maar toen ik in de auto stapten om terug te gaan naar het vakantiehuis dacht ik toch 'ik zou alle foto's direct inleveren als ik er één foto van hun samen met hun moeder voor terug zou krijgen'.

Inmiddels waren we er al drie weken maar dat we haar zouden gaan zien was hopen geworden op iets waarvan je weet dat het niet gaat gebeuren. Ik wist dat de familie achter de schermen er alles aan deed om haar te vinden. Dat het adoptiebureau dacht dat het misschien wel beter zo was en dat niemand om mij heen begreep waarom ik dit zo graag wou.

Ik kon en kan het nog steeds onder woorden brengen waarom het gevoel zo sterk was dat ik haar moest zien voordat ik vertrok. Toen we River mochten ophalen had ik haar ook niet gezien en was dat gevoel veel minder aanwezig. Het was nu eigenlijk geen willen maar meer iets dat moest gebeuren. Ik moest haar in de ogen kijken, ik voelde aan alles dat er iets gezegd moest worden wat we nooit elkaar in een berichtje zouden schrijven. De bezorgdheid van andere mensen, de lieve woorden en het proberen te begrijpen wat ik voelde was enorm lief van iedereen om mij heen en het deed mij beseffen hoeveel mensen er met ons meeleefde maar het gevoel dat het moest was sterker als alles. Dit gevoel kon ik niet negeren, niet wegredeneren maar ik moest het er mee doen dat de uren wegtikten van mijn tijd in Florida.

Ik keek enorm uit om te landen op Schiphol en dan door de deur te komen van de aankomsthal en daar de kleine man te showen aan de mensen die mij zo lief zijn maar het afscheid nemen van het land waar ze horen voelde fouter dan ooit tevoren. Het voelde nog meer als dat ik wortels afsneed, mogelijkheden tot antwoorden weg zou gooien op het moment dat het vliegtuig zou opstijgen. Ik wist en weet dat er geen mogelijkheden waren dat ze geadopteerd werden in Amerika, laat staan dat ze bij hun moeder of hun familie zouden opgroeien. Was die mogelijkheid er geweest dan had ik oprecht gehoopt dat die benut was. Dat klinkt raar als je zoveel van je kinderen houdt dat je geen leven zonder hun kunt voorstellen maar ik houd juist zoveel van ze dat ik ze dat gegund had. Adoptie is nodig, het is een utopie om te denken dat er een wereld komt waarin dat overbodig zal zijn maar ik hoop wel dat iedereen gaat beseffen dat adoptie niet iets is om als geadopteerde dankbaar voor te zijn, net zoals ik hoop dat er het besef komt dat een pleegkind niet dankbaar hoeft te zijn voor zijn of haar pleeggezin. Het is een levenslang rouwproces voor het kind. Het kind zal een rugzak hebben en natuurlijk is een gelukkige jeugd dan nog zeker mogelijk maar dat is niet iets waarvoor je dankbaar hoeft te zijn als dat ondanks je start, die anders was, toch lukt, dat is iets waar voor mijn gevoel ieder kind recht op heeft. Opgroeien in een gezin en gelukkig zijn (worden).

 

De laatste dag brak aan. De koffers stonden ingepakt bij de deur klaar. Ik keek nog een keer naar het huis. Het huis waar we ik de eerste weken van het moeder zijn van 6 kinderen had mogen beleven. Het huis dat getuige was geweest van al de emoties die daarbij waren komen kijken. Het huis dat als enige stille getuige wist hoe ik door het huis had lopen ijsberen op zoek naar antwoorden op vragen die door mijn hoofd bleven razen.

Het was er fijn, het was tijd om verder te gaan. Tijd om aan het echte leven thuis te beginnen maar het voelde als onafgemaakt. Het paspoort voor hem was geregeld, we wisten veel meer dan we wisten toen we kwamen, het ziekenhuisdossier zat veilig in mijn tas samen met de kinderfoto's van hun buikmama maar we hadden haar niet gezien.

We stapten in de auto, reden naar het vliegveld Orlando Sanford, leverde de auto in en liepen het vliegveld binnen. Op dat moment dat ik met al die koffers, een dubbele kinderwagen en een stel kinderen in de draaideur stond, ging mijn telefoon. Ik hoorde allerlei stemmen door elkaar roepen, verstond er weinig van maar hoorde toch echt de woorden "We hebben haar, we komen er aan, wacht'. 

Ging het dan toch gebeuren, gingen we haar nog zien, kwamen ze hierheen?

Ik liep naar de balie, meer als een zombie dan als een volwassenen vrouw die met kinderen ging vliegen. De man achter de balie keek mij aan, stak ze hand onder het raampje door en zei zoals enkel een Amerikaan dat kan 'Ik denk dat u een knuffel nodig heeft'.

Mensen die mij kennen weten dat ik niet knuffelig ingesteld ben met mensen die ik niet echt goed ken maar nu waren die grote armen welkom. Ik stamelde dat hun moeder misschien kwam, dat ik niet kon vertrekken tot ik zeker wist of ze kwam, ik kan nu niet door de douane terwijl ik haar misschien nooit meer zou zien, ik kan het echt niet doen...

De man keek mij aan en zei 'Dat zie ik en ik zou willen dat mijn adoptiemoeder net zo voor mij gevochten had, dat ze beseft had dat ik wel bij haar ging horen maar ook altijd ergens anders thuis hoor. Mevrouw we gaan u helpen, geen zorgen'.

Ik geloofde deze man direct.

Hij bracht ons naar de stoeltjes vlak bij de ingang en zei wacht hier. We gaan wachten tot het allerlaatste moment en als ze er dan nog niet zijn dan beslissen we dan pas wat we dan gaan doen maar houd hoop. Hoop zal haar hier brengen.

Het was weer die hoop, de rode draad tijdens deze reis.

 

We zitten op dat stoeltje. De kinderen hebben feilloos door dat er iets aan de hand is maar weten niet exact wat er gaande is. Ik weet zelf niet wat er gaat gebeuren dus besluit ze eerlijk te vertellen dat ik niet weet wat er gaat gebeuren en dat ik ook zenuwachtig ben.

Het duurt niet lang of mijn telefoon gaat weer. 'Wacht we komen eraan!' is het enige dat ik hoor.

Allerlei mensen checken in. Het is geen grote luchthaven, ik zie de tijd wegtikken, de mensen ons aankijken als de man achter de balie ons aanwijst. Ik heb er een hekel aan om in het middelpunt van de belangstelling te staan maar nu maakt het mij niet uit dat iedereen ons aankijkt. Ik zie het maar het gaat langs mij heen.

Dan klinkt er een enorm getoeter, piepende banden, wat geschreeuw, iedereen kijkt naar de glazen pui waarachter een auto de stoep op rijd. De autodeuren gaan open en daar zie ik ze. Oom, tante en moeder. Moeder en tante rennen naar binnen, oom blijft eerst buiten om iemand te regelen die hun straks komt halen want geen van deze drie mensen heeft op dit moment een geldig rijbewijs. 

Het moment dat ze binnenloopt is er verder niets meer. Ik voel al die ogen die ons aanstaren niet. Ik merk niet dat mensen ontroert staan te huilen als zij en ik elkaar in de armen vallen. Tante ontfermd zich over de andere kinderen en dan staat de wereld even stil. Ik voel de tijdsdruk niet van het vliegtuig dat gehaald moet worden, ik voel geen angst, geen paniek, de 1000 vragen die ik heb komen niet uit mijn mond, we kijken elkaar alleen maar aan. Het is eerste wat ze zegt is dat River op haar lijkt en dat ze dat moeilijk vind, dan zegt ze dat de vader van Jeremiah haar grote liefde was. Ik vraag of ze de kinderen op schoot wil, ik zie haar twijfelen maar dan zegt ze graag.

Even is het zoals het hoort te zijn, de kinderen zitten op de schoot van de vrouw die hun droeg, de vrouw die voor hun door het vuur ging, hun moeder. Ik maak snel een foto, ik wil het moment vastleggen maar ook niet de camera tussen ons laten komen. Dit moment is zo puur maar ik voel aan alles dat het heel kwetsbaar is, dat ze zich openstelt maar dat dat ook ieder moment over kan zijn. Dan pas realiseer ik mij dat ik hier met een zwaar verslaafde vrouw zit en vraag ik mij af hoelang de drugs ons de tijd geven. Ik besef mij dat ze nu zo kan reageren en doen doordat ze iets op heeft, dat het juist de drugs zijn die ons deze kans geven maar hoe snel werkt het uit?

 

Ze zet River op de grond, dan geeft ze Jeremiah terug aan mij en zegt mij mee te lopen. Het is geen vraag, het is meer een bevel. Ik sta op, zoek oogcontact met de beveiliging van het vliegveld (mij bewust van het feit dat ik niet weet wat er gaat gebeuren), als hij een klein knikje geeft loop ik mee, de andere kinderen kan ik zien, zij zitten veilig en gezellig bij de tante, die ik inmiddels goed heb leren kennen de afgelopen weken.

Hun moeder stopt plots en begint dan te praten. Een gesprek wat ik nooit in zijn volledigheid zal delen hier. Een gesprek dat ooit voor de kinderen zal zijn. Een gesprek dat maanden later de sleutel bleek tot wat er gebeurt moest zijn.

In mijn leven heb ik veel gesprekken van waarde gehad maar nooit voelde het zo intiem als dit. Nooit eerder gaf iemand mijn zo'n kijkje in haar hoofd en hart. Ik vroeg haar of ik iets voor haar kon doen. Dat is wat een mens wil als hij zoveel problemen hoort, dan wil hij iets oplossen. Op dat moment leerde ze mij dat dat niet is wat de meeste mensen willen met grote problemen. Niet direct een oplossing aandragen maar luisteren. Echt horen wat de ander zegt. Het probleem erkennen en het gevoel geven dat het er mag zijn.

Ik wou haar het liefste naar een afkickkliniek brengen, ik zou de kosten dragen. Een domme manier van denken. Ze moest dan ook lachen en zei 'Charlotte, je kunt de hulp die iemand nodig heeft niet invullen voor de ander. Ik kan pas afkicken als ik daaraan toe ben. Anders zou het nooit gaan werken. De hulp die ik nodig heb is dat jij zorgt voor mijn kinderen maar er is nog iets. Ik wil je hulp om te laten zien hoe ons verhaal is. Niemand gaat luisteren als ik het vertel maar wel als jij dat doet. Het is geen sprookje en dat hoef je ook nooit te vertellen. Je moet gewoon ons verhaal vertellen want al is het niet altijd mooi, het is stukken mooier dan dat mensen vaak denken dat het is. Ik wil dat mensen weten hoe ons verhaal is, dat een cirkel doorbroken kan worden, dat daar pijn bij hoort maar ook liefde en geluk. Schrijf een boek, vertel het op tv of hoe jij wilt maar laat mensen het weten'. Ik beloof het haar. 

Dan geeft ze mij een innige knuffel, aait River en Jeremiah over hun hoofd en loopt in één rechte lijn de luchthaven uit. Ik loop naar tante en oom en geef hun een knuffel, dan zie ik de klok en zie dat het nog 10 minuten is voor ons vliegtuig vertrekt. 

De man van achter de balie komt er aan, leid ons binnen een minuut door de douane en dan komen we bij de gate aan. Daar zitten de mensen klaar om het vliegtuig te betreden, iedereen waar we langslopen raakt ons even aan, zegt iets, knijpt even in mijn hand of geeft een liefdevolle blik. Het is overduidelijk dat deze mensen weten wat er zich net heeft afgespeeld. We kunnen rechtstreeks doorlopen, het vliegtuig in. De stewardess brengt het bedje voor Jeremiah en zegt dan 'Groot houden hoeft niet hoor', toch slik ik nog een tijdje mijn tranen weg tot het moment dat de wielen echt de grond verlaten. De tranen stromen over mijn wangen, de woorden van hun moeder vliegen door mijn hoofd. Soms zijn dingen die je hoort te raar of te onwaarschijnlijk om te geloven. In die categorie vielen de woorden die ze in vertrouwen tot mij sprak, woorden die ooit voor haar kinderen zijn. Woorden uit een slechte b-film, een film die zich niet op een doek afspeelt maar die haar leven is. De tranen blijven stromen zonder dat er geluid uit mij komt. Dan voel ik een hand op mijn schouder. Een hand die van de meneer op de stoel achter mij komt. Een meneer die mij zegt 'Je hebt zojuist een cirkel doorbroken maar tegelijkertijd ook een cirkel gevormd. Laat het tranen van geluk zijn maar vergeet het verdriet dat er aan vast zit nooit' Ik kijk hem aan en glimlach. Niet omdat ik het zo voel maar omdat het hoort voor mijn gevoel, puur uit beleefdheid.

Dan kijken we elkaar urenlang niet aan. Ik speel met de kinderen, lees ze voor, voed Jeremiah en hun slapen wat. Als alle kinderen slapen en ik in het notitieboekje dat ik al die tijd mee sleep schrijf, voel ik weer die hand.

'Ik, de baliemedewerker op de luchthaven, de stewardess we zijn allemaal geadopteerd, vandaag maakten jij en hun moeder de cirkel voor ons rond  Toen de baliemedewerker vertelde waarop er gewacht werd was iedereen begripvol en ontstonden er verhalen tussen de reizigers die er normaal niet ontstaan. Een verhaal staat nooit op zichzelf, een mens heeft diverse maskers, we kennen alleen onszelf echt en zelfs dat vaak niet. Nu kregen we allemaal een echt stukje van elkaar te zien. Ik wens jullie alle geluk van de wereld en alle kracht om bergen die komen te overwinnen'.

Ik schud de man de hand en dit keer lach ik oprecht naar hem.

 

Toen werd er omgeroepen dat het vliegtuig zou gaan landen. Binnen een half uur zou ons leven in Nederland beginnen, zou ik de mensen die ik lief heb eindelijk Jeremiah in het echt kunnen laten zien maar ik wist dat ik nog vaak aan deze dag zou denken. Op dat moment wist ik nog niet hoe belangrijk de woorden die er gesproken waren, het contact dat er geweest was, zou blijken te zijn als ik een paar weken later met een doodziek kind in het ziekenhuis beland.

 

Daarover binnenkort meer.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 5
  • #1

    Nanine (maandag, 21 februari 2022 15:58)

    Mooi

  • #2

    Akke Bootsma (maandag, 21 februari 2022 16:17)

    Wat een verhaal en wat een emotie. Mooi dat je voor vele mensen op die reis dat zonnestraaltje bent geweest dat op dat moment op hun lijf scheen. Net zoals zij dat waren voor jou.

  • #3

    Yolan (maandag, 21 februari 2022 16:29)

    Tranen lopen over mijn wangen. Bedankt dat je een inkijkje in je leven geeft. Hier kunnen veel mensen iets van leren!

  • #4

    M (maandag, 21 februari 2022)

    Wat n intens verhaal. Het pakt me, maakt me verdrietig,blij. Wat n verbinding op zoveel fronten

  • #5

    H (maandag, 21 februari 2022 22:17)

    Wat een verhaal. Met tranen in me ogen gelezen. Echt prachtig en ik heb er geen woorden voor, alleen maar liefde.