· 

Daar stond ik dan met trillende benen

Bron:Pexels
Bron:Pexels

Ik heb geen angsten riep ik altijd. Daar was ook eigenlijk geen woord aan gelogen. Ik zag eerder een uitdaging dan gevaar.

 

Tot het moment dat er kinderen kwamen. In een klap  was er overal gevaar. Het was niet zo dat ik in iedere man een potentiële kinderlokker zag en ik liep nog steeds wel door een donker steegje, maar ik besefte mij in een keer wat mijn moeder altijd had gezegd. "wacht maar tot je zelf kinderen hebt".

 

Het klopte wat ze zei, in plaats van ergens volop in te gaan zonder de risico's van te voren in te calculeren, bedacht ik ze nu uitvoerig en bij enige twijfel, ging er een dikke streep door het plan.

 

Waar is ze nu?

River.
River.

Je zou denken dat je bij het krijgen van kind nummer vijf, echt wel weet waar kinderen toe in staat zijn en je doorgewinterd bent, in alle streken die je het angstzweet over je rug, kunnen doen laten lopen.

Dat ik een groentje bleek in wat een kind allemaal kon bedenken, bleek toen River anderhalf jaar oud was.

 

Ze ontwikkelde een groot talent om zichzelf helemaal opgevouwen ergens tussen te wurmen en daar dan doodstil te blijven zitten terwijl ik als een doldwaze moeder door het huis rende, haar naam luidkeels roepend.

Iedereen optrommelde om mee te zoeken.

De tuin, die erg groot is, door renden op zoek naar haar. De straat overstak naar het station.

Het zou toch niet zo zijn dat deze kleine ondernemende dreumes die kant was op gelopen.

Blinde paniek maakten zich meester.

Nooit eerder was ik zo bang.

Waar kon ze zijn.

Na ruim 30 minuten intens zoeken zag een van de andere kinderen, op eens een teentje tussen de kast en de muur uitsteken. Daar stond ze, helemaal weggedoken met een grote grijns op haar gezicht "Kiebeboe". 

Het werd lachen en huilen door elkaar heen. Dit was niet de laatste keer dat ze mij zo liet schikken en mij mijn angsten in de ogen liet kijken. 

Al die angsten hadden altijd betrekking op het feit dat mijn kinderen iets kon overkomen. Nooit was er een angst die betrekking had op mij tot laatst.

Hoogtevrees.

Wildlands.
Wildlands.

Ik stap eigenlijk zonder na te denken in een vliegtuig, vind het een heerlijke manier van reizen. 

Je stapt in, leest een boek en komt "vanzelf" op de plaats van bestemming. Oké dat lezen van een boek is niet meer echt van toepassing als je met kleine kinderen reist maar het blijft wat mij betreft ideaal.

 

Het hebben van hoogtevrees leek mij dan ook altijd vreselijk, al kon ik mij niet geheel voorstellen wat iemand dan voelden. Voor mijn gevoel was het onlosmakelijk verbonden met vliegangst en die had ik niet dus ik had geen hoogtevrees. 

Dat dit een beetje te kort door de bocht is, kwam ik achter toen ik met de vier kleintjes in Wildlands Emmen was.

 

De touwbrug die in de jungle Rimbula hangt leek ze geweldig en ik kon mij dat helemaal voorstellen. Het eerste stukje klim je door een soort van houten klimtoestel waarna je bij de netten beland. Joshua en River liepen vooruit. Ik had Jeremiah bij mij en was eerst nog zo overmoedig door een telefoon in mijn hand te hebben, want ik zou wel even een leuke foto maken. Al snel kreeg ik last van klamme handen en verdween de telefoon in mijn broekzak. De kinderen hadden de grootste lol en gingen van net naar net. Ik vond het wiebelen eerst een naar gevoel maar dat werd steeds erger en toen maakte ik de grote fout door naar beneden te kijken.

 

Wat er toen gebeurde is met geen pen te beschrijven. Mijn hele lichaam begon te kloppen en te zweten. Ik had maar één doel en dat was naar beneden maar daarvoor moet je wel naar voren lopen en dat leek wel onmogelijk. Het leek alsof mijn benen hadden besloten tot hier en niet verder. Het is dat ik kinderen bij mij had en ik niets van mijn angst op hun over wilde brengen anders was ik in huilen uitgebarsten. 

 

Joshua kwam terug gerent en riep "Hé, waar blijven jullie nu? Mam, waarom heb je zo'n gek rood hoofd?".

Met letterlijk trillende benen liep ik verder om aan te komen bij een bordje dat een verkorte route aangaf. Als een kind zo blij gaf ik aan dat we die kant op gingen. 

De rest dacht er anders over en er werd dan ook flink gezucht en gemopperd. Tot ik zei "dan gaan we beneden een lekker ijsje eten".

Niet pedagogisch verantwoord maar wat was ik blij met deze "redding", mij zien ze voorlopig niet meer op zo'n touwbrug.

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0