· 

Je kan van andermans kind toch nooit zoveel houden als je eigen!

Slangenprintjurk, koolzaad, moeder met drie dochters.
Mijn drie dochters en ik.

Wat een mooie, lieve en ontroerende reacties kregen we op zowel de Moederdag-blogs als op de Mom2Mom over Moederdag.

Heel veel mensen die zich erin herkende maar ook heel veel reacties van mensen waarvoor Moederdag nog geen leuke dag is of het geen leuke dag meer is.

 

Tussen de reacties kwam  één vraag meer dan 25 keer terug.

"Kan je echt wel even veel houden van andermans kind als van je eigen?".

Er was er een die het anders bracht. Die een uitgebreid pleidooi hield dat het onmogelijk was dat je van andermans kind even veel houd als van je eigen kind.

Dat het "grappig" was dat ik dat andere voor wil houden maar dat ze daar wel doorheen trapt.

Wat ik daar "grappig" aan vind is dat deze mevrouw mij blijkbaar beter kent als dat ik mezelf ken.

Want ik kan namelijk met de hand op mijn hart zeggen dat ik even veel houd van al mijn zes kinderen.

Maar dat wil niet zeggen dat ik nooit getwijfeld heb.

Twijfels.

Twijfels.
Twijfels.

Ik ging een jaar na de geboorte van Djimon het adoptietraject in.

De artsen waren heel duidelijk geweest, een volgende zwangerschap zou er niet in zitten.

Altijd had adoptie al een plekje in mijn hart gehad en het voelde dan ook als een logische stap dat een volgend kindje via die weg in mijn gezin zou komen.

 

Ik volgde de verplichten cursussen, de Raadsgesprekken en de medische keuringen. 

Bij de cursussen was ik een rare eend in de bijt, de andere mensen waren allemaal ongewild kinderloos.

Ik had al een zoon.

Het gevoel dat ik geen "recht" had om te adopteren kwam om de hoek kijken.

De Raadsmedewerker was er heel stellig in "ze zoeken ouders bij kinderen en jij zal dus niemand benadelen, je voegt alleen een mogelijkheid toe. Het kan maar zo zijn dat er een kindje is waar ze net jouw dossier bij zoeken".

Heel lief dat hij dit zo zei maar regelmatig stak toch de twijfel de kop op.

 

De intake volgde bij Wereldkinderen en tijdens die intake vroeg ze of ik zeker wist dat ik voor een bepaalde mix aan special needs open stond.

Ik legde uit waarom ik dit zeker wist.

Dat ik er ervaring mee had.

Dat is dus wist wat mij te wachten zou staan.

Dat ik het netwerk dat ik nodig zou hebben qua zorg, goed kende en wist dat ik daar de beste zorg zou krijgen.

Ze liep weg en kwam met iemand anders terug.

Samen gingen ze voor mij zitten met een dossier voor hun op tafel.

Er bleek al een hele tijd een kindje te zijn dat niet gematcht kon worden maar dat wel met mijn dossier overeenkwam.

Dit kwam wel heel rauw op mijn dak maar wat was dit kindje welkom.

Met een waslijst aan informatie ging ik naar huis en zat ik de volgende dag bij een arts aan tafel.

Dit kindje zou hier de perfecte zorg kunnen krijgen, dit kindje zou ik alle liefde van de wereld kunnen geven maar de vlucht zou voor dit kindje grote problemen opleveren.

Er volgde enorm veel gesprekken tussen artsen en uiteindelijk was de eindconclusie dat het risico van een lange vlucht voor dit kindje te groot was, er was een aanzienlijke kans dat het kindje kwam te overlijden tijdens de vlucht.

Met pijn in mijn hart werd het dossier gesloten.

Dossier, dat klinkt zo cru.

Dit was geen stapeltje papieren.

Dit ging om een kindje. Een kindje dat goede zorg en liefde nodig had maar wat ik het helaas niet kon bieden.

Dit had echt tijd nodig om een plaatsje te krijgen.

2 zwangerschappen verder.

Amerika, Adopteren uit Amerika, Amerikaanse vlag.
Heb je al eens aan Amerika gedacht?

Uiteindelijk kwamen er na heel wat kunst en vliegwerk toch nog twee zwangerschappen tot stand.

Ik bleek niet alleen moeilijk zwanger te worden. Ik bleek ook niet goed in staat dit te blijven.

Zo kwam het dat ik met loeiende sirene van het ene naar het andere ziekenhuis werd vervoerd, terwijl ik 24 weken zwanger was.

Dit waren geen harde buiken, ik had 5 cm ontsluiting.

 

Wekenlang lag ik daar. Met iedere dag die ze bleef zitten was ik blij.

Uiteindelijk kwam ze met een geplande keizersnede met 34 weken ter wereld.

De volgende zwangerschap verliep hetzelfde, zij kwam met 35 weken ter wereld.

 

Zinsy was bijna één jaar toen de telefoon ging.

Het was de Raadsmedewerker. Ik had nooit verwacht hem ooit nog te spreken.

Hij vroeg hoe het ging en of ik nog wilde gaan adopteren. 

"Je dossier zou zo mooi passen bij Amerika, heb je bij dat land als mogelijkheid, al eens stilgestaan?".

Nee, dat had ik totaal niet.

Het was toen ook lang nog niet zo bekend als nu. Je had wel een Yahoo groep maar veel meer dan dat kon ik er niet over vinden.

Via Stichting Kind en Toekomst ontving ik informatie. Het bleek te gaan om een zelfdoeners-procedure.

Iets wat mij direct aansprak wat dan kon ik tenminste "iets" doen tijdens het hele proces.

 

Nog geen jaar later stapten we in het vliegtuig om Joshua in onze armen te sluiten.

Onderweg om hem in mijn armen te sluiten.

Adopteren, adoptie, adoptie uit Amerika, geadopteerd.
Die liefde die was er direct.

Een vlucht naar Amerika duurt lang genoeg om flink na te kunnen denken.

Om alles de revue te laten passeren.

Zo kwam het dat terwijl het hele vliegtuig leek te slapen en ik twee kinderen tegen mij aan had slapen, mijn gedachten overuren maakten.

 

Wat zou ik voelen op het moment dat ik hem daadwerkelijk in mijn armen kreeg?

Ik was verliefd op zijn foto vanaf het moment dat ik hem voor het eerst zag maar zou dit hetzelfde voelen als toen ik mijn andere kinderen voor het eerst in mijn armen kreeg.

Hoe zouden de kinderen reageren?

Zou het voor hun direct als een broertje voelen of gewoon als een baby die langs kwam?

Het waren allemaal dingen die door mijn hoofd gingen.

 

Ik had hier al veel vaker bij stilgestaan en was er toen van overtuigd dat ik net zoveel zou houden van een kindje dat op deze manier in mijn leven kwam als dat ik een kind zelf op de wereld zou zetten.

Maar nu het echt zo ver was, nu ik onderweg was naar hem, sloeg de twijfel toe.

 

Die twijfel bleek totaal overbodig.

Het is met geen pen te beschrijven wat er door mij heen ging toen ik hem in mijn armen kreeg.

Een golf van emoties.

Een allesomvattende liefde.

Herkenning, connectie, een diepgewortelde moederliefde die direct boven kwam.

Dit was mijn kind, mijn zoon.

En zo is het!

Moeder van zes, adoptie, mixed family, gezin, adopteren.
Met mijn zes kinderen.

In die laatste zin zit ook direct het antwoord op de vraag "Kun je van andermans kind net zo veel houden als van je eigen kinderen?".

 

Dit zijn namelijk niet andermans kinderen.

Die jongens zijn mijn zonen.

Dat meisje is mijn dochter.

 

Het woord andermans kinderen klopt gewoon niet.

Dat klinkt alsof het een stel buurkinderen zijn die tijdelijk bij mij ingetrokken zijn.

 

Dit zijn mijn kinderen.

Niet mijn vlees en bloed maar voor de rest, zijn dit compleet mijn kinderen met alle gevoelens die daar bij komen kijken.

Mijn kinderen waar ik zielsveel van hou, net zoals ik dat doe van de kinderen, die ik wel op de wereld heb gezet.

Het klopt dat mijn 3 jongste op een andere manier in mijn leven kwamen maar dat maakt het houden van niet anders.

 

Ze zijn net zo broertjes en zusjes met elkaar als de rest.

Zij zien geen verschil daarin.

Dat voelen ze ook niet.

Ze kunnen elkaar net zo lief, vervelend, leuk en irritant vinden als dat ieder broertje en zusje elkaar dat kan vinden.

 

Mijn kinderen zijn niet andermans kinderen.

Mijn kinderen zijn mijn kinderen.

3 geboren uit mijn buik.

3 geboren in mijn hart.

 

Het klopt dat we geen DNA delen.

Dat delen ze met hun geboortemoeder.

Maar ik kan je na 3 adopties zeggen, DNA zegt niets over liefde.

Het zegt niets over wat je voelt voor iemand, hoe je voor die ander wil zorgen, hoe je die ander gelukkig wilt maken.

 

Die raadsmedewerker had 20 jaar geleden gelijk toen hij zei "Je neemt niemand een kind af door te adopteren, je geeft een kind een familie. Je neemt geen andere wensouder een kind af door ook op de lijst te staan. Door op die lijst te staan zorg je ervoor dat er een extra kans is om de perfecte match te vinden voor een kind dat een gezin zoekt".

 

Drie keer was er sprake van een perfecte match.

 

Ik kan mij niet voorstellen dat een ander kindje zo goed bij mij gepast zou hebben.

Vanaf het moment dat ze in mijn armen lagen, was het gevoel daar.

"Jij en ik, wij horen bij elkaar".

 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 3
  • #1

    Ingrid (dinsdag, 14 mei 2019 10:13)

    Mooi geschreven! Ik snap niet dat mensen dat kunnen bedenken dat je van een kindje anders zou kunnen houden...
    wij hebben een hondje die zelfs alle liefde van ons krijgt (ookal is dat niet eens een kind...�) daar denken we ook niet aan dat ze niet uit “mijn” buik gekomen is..
    Geniet heerlijk van je gezin en verwonder je maar over die mensen met “bijzondere” gedachten..

  • #2

    Elyse (dinsdag, 14 mei 2019 12:19)

    Heel mooi verwoord! En wat ben je toch een prachtig mens om je zo kwetsbaar op te stellen, en tegelijk straalt het zoveel kracht uit. Ze zullen vast heel trots op jou zijn!

  • #3

    Jolanda (dinsdag, 14 mei 2019 22:53)

    Mooi om te lezen en o zo herkenbaar! Hier 3 bio kids en de jongste geadopteerd uit ethiopie toen ze 5 maanden was. Maar de liefde voor alle vier is zo overweldigend, en absoluut hetzelfde!! Ook de perfecte match, karakter van haar is bijna hetzelfde als van de andere drie. Mooi om jou stukjes te lezen.